Jeroen Kramer zingt ‘Dat wordt weer huilen’
Op 29 januari staat Jeroen Kramer (bekend van het Sinterklaasjournaal en deelname aan de Slimste Mens) met zijn theatervoorstelling ‘Dat wordt weer huilen’ in het Brinkhuis Theater in Laren.
In ‘Dat wordt weer huilen’ laat singer-songwriter Jeroen Kramer zijn derde liedjesprogramma spreken over alledaagse hoop en vrees. Van het gedroomde beestonder het kinderbed en onheilspellende rookpluimen aan de horizon, tot de lentebeloftes van de maand maart: Kramer schrijft talig en compact, met humor die nooit ver weg is en melancholie die soms voorrang krijgt. Hij zingt – gewapend met drie gitaren – over een verdwenen kat en een dode hond, over ouderdom die op de deur klopt, en de waarheid die steeds moeilijker te herkennen is. Het persoonlijke en het maatschappelijke raken elkaar steeds, met de tragi-komische mijmeringen tussen de songs door als passende tegenkleur.
Muzikaal beweegt het programma tussen pop, latin en folk, met teksten die soms absurd durven zijn en dan weer heel precies, bijna sober. Kramer weegt woorden, laat ze vallen, en zet ze opnieuw neer. Tussen lach en traan, zonder omhaal, en met een glimlach die aanstekelijk werkt.
Interview met Jeroen Kramer
Bij het grote publiek ben je vooral bekend als de ‘razende reporter’ in het Sinterklaasjournaal. Helpt dat je vooruit als muzikant?
In het geheel niet! Het is eerder een hinderlijk Swiebertjes-effect. Mensen denken vaak dat ik een kinderprogramma breng, en niets is minder waar.
De titel ‘Dat wordt weer huilen’ verwijst naar Ray Charles’ Crying Time. Waarom koos je voor die vertaling als vlag van het hele programma?
Die titel heeft een geruststellende eerlijkheid. Crying Time zegt: het gaat mis en we gaan daar niet omheen praten. Bovendien past het bij de toon van de avond. Er mag gelachen worden, maar het is geen afleiding. De lach en de traan staan naast elkaar en kijken elkaar aan. Het publiek herkent hun eigen emotionele wereld in mijn liedjes, en de taak van muziek is tenslotte troost brengen door emoties vorm te geven te ordenen.
Laten we eens een aantal songs nalopen. ‘Het Beest ‘is een catalogus van angsten. Je begint bij een kind dat een monster in het behang ziet, en eindigt bij onheilspellende rookpluimen aan de horizon. Wat bindt die beelden?
De manier waarop angstdromen werken Als kind geef je je angsten vorm met een beest onder je bed. Als volwassene met bluswater dat sist onder het puin. Het zijn projecties van al dan niet reële angsten. De dreiging verschuift, de angstdroom blijft. Het lied noteert dat, zonder oordeel.
In ‘Het water van maart’ (een vertaling van Jobims ‘Águas de Março’) zet je nat en guur tegenover kleine voortekenen van lente.
De maand maart is een oefening in optimisme. Het waait, je jas moet nog dicht, maar er staan al krokussen en sneeuwklokjes. De regen die door de goot kolkt is de reiniging die voorafgaataan nieuw leven. De lente hou je niet tegen!
Je hebt ook een nummer met ‘de waarheid’ als onderwerp. Hoe dat zo?
‘Dwalen dor de mist’ is een slepende ballad over een wanhopige zoektocht. Ooit was de waarheid het tegenovergestelde van de leugen. Dat onderscheid is inmiddels vervaagd. Waaraan herkennen we de waarheid, als we die al tegenkomen? Niets is zeker. We zijn verdwaald.
Je zingt zelfs Tesla-schaamte. Waar gaat het lied voor jou echt over?
Over de spanning tussen het jongensachtige verlangen naar een geweldige gadget en het volwassen geweten die je influistert dat Elon Musk niet deugt. Het is een traditionele ‘car song’ in een blues-vorm, met gitaar en mondharmonica, maar dan een waarin het knettert tussen bewondering en ongemak. Die spanning vind ik komisch en menselijk.
‘Penis en vagina’ gaat over de ongelijke verdeling in synoniemen voor het mannelijke en het vrouwelijke geslachtsdeel. Taal als vehikel voor een genderdiscussie?
Taal laat machtsverdeling zien. Ik som de synoniemen op, droog, inventariserend. De grap ligt in het absurd grote verschil. Waarom is dat? Het lied geeft er geen antwoord op, leuke gespreksstof voor de nazit.
Carel Kraaijenhoff componeerde ‘Henk is weg’, en jij schreef er tekst bij. Wie is Henk?
Henk was een kat die verdween. Carel zette een Kurt Weill-achtige melodie neer die melancholiek en onheilspellend klinkt. De tekst voegt daar een licht-sardonische ondertoon aan toe.
Hond Bobby keert terug via de restanten van een tennisbal in de tuin, vele jaren na zijn dood. Waarom dat detail?
Die bal is een compact stuk geschiedenis. Bobby zag de kinderen van kleuter naar jongvolwassenen opgroeien. Na jaren vind je zijn balletje in de tuin en heb je zomaar zeventien jaar gezinsgeschiedenis in je handen. Gecondenseerde weemoed.
Je zingt over je overleden echtgenote. Je noemt het lied een stukje hiernamaals. Wat bedoel je?
In een hemel geloof ik niet, maar het hiernamaals zijn wij zelf, de nabestaanden. Iemand leeft voort in onze herinneringen, in onze harten. En als je dat weergeeft in een lied, is dat lied ook een stukje hiernamaals.
‘Zo gezond als een vis’, een titel die schampert. Je somt ziektes en aandoeningen op. Waarom die opsomming?
Naarmate je ouder wordt hoor je om je heen steeds vaker verhalen over aandoeningen, ziektes en operaties. Je bezoekt vaker begrafenissen. De sarcastische titel legt er een dun laagje ironie over. En de muziek gooit er nog een schep bovenop. Het is geschreven als een Sevillana, een vrolijke Andalusische dans.
Je blikt terug op je katholieke jeugd in een lied over brandend seksueel verlangen en onhandigheid. Was dat lastig om te schrijven?
Nee, eerder verhelderend. Ik heb twaalf jaar op jongensscholen gezeten. De kloof tussen mijn sociale vaardigheden jegens meisjes en mijn hormonale driften werd alsmaar breder en dieper naarmate ik in de puberteit geraakte. In het lied vertel ik dat rechttoe rechtaan.
In ‘Geachte sterveling’ dient het noodlot zich aan middels een formele brief op de deurmat, – alsof het afkomstig is van de belastingdienst.
Dat is cruciaal. De brief is onpersoonlijk. Je gaat sterven, niet omdat je iets fout deed, maar omdat je simpelweg aan de beurt bent. Op zeker moment ben je gewoon de lul. Het noodlot kent mededogen noch beroepsprocedures. Het is keihard.

Voeg een reactie toe