Preek van de leek door Frits Spits

Frits Spits Preek Van De Leek Johanneskerk Laren

Frits Spits

De preek van de leek op 1 maart 2026 in de Johanneskerk in Laren werd geouden door Frits Spits. Vanaf 1978 presenteerde hij diverse radioprogramma’s waaronder De avondspits, Tijd voor Twee, De Strepen van Spits. En vanaf was hij vaste presentator van de Taalstraat op NPO 1. Voor zijn hele oevre heeft hij diverse prijzen ontvangen en hij is in 2008 koninklijk onderscheiden. Afgelopen december heeft hij afscheid genomen als radiopresentator na een indrukwekkende carrière van 52 jaar. Wij zijn blij dat hij hier vandaag is en ons wil meenemen dadelijk in zijn preek. En ik heb ook al gezien in muziek, want dat kan natuurlijk niet anders.

Preek van de leek – Frits Spits

Frits Spits begint met het nummer Stairway to Heaven.

Ik heb dit nummer denk ik wel 2000 keer in mijn leven gehoord en nog steeds krijg ik er tranen van in mijn ogen. Zo mooi vind ik het. De vanzelfsprekendheid, misschien is het dat wel, wat me het meest verbaast of eigenlijk moet ik zeggen wat me het meest verontrust is de vanzelfsprekendheid waarmee een wapenwedloop in gang is gezet die zijn evenknie niet kent. De weg terug of sowieso een andere weg, daar wordt niet of nauwelijks over gepraat.

En ik vrees ook niet over nagedacht.

Natuurlijk vindt het complete parlement, net als de nieuwe regering, dat de budgetten voor defensie verhoogd moeten worden. Daar is allang geen discussie meer over. Het moet gebeuren, klaar uit. De dreiging is overal. Hij komt van het grote Russische rijk, maar toch ook van China. En wat te denken van de gebeurtenissen dit weekend in Iran. Natuurlijk is dat een verdorven regime dat zijn inwoners knecht, geen vrijheid gunt, sterker offert aan machtswellust. Het ingrijpen door de Verenigde Staten en Israël is volstrekt te begrijpen. En toch is dit geweld de enige oplossing.

Is er nog iemand die zich afvraagt: “Kan het niet anders? Zijn werkelijk alle alternatieven uitgeput? Is er niemand meer die gelooft in een duurzame vrede. Het hoogst haalbare lijkt nu een duurzame wapenstilstand. Die vanzelfsprekendheid, die eenrichtingsgedachte, die vooral stuit me tegen de borst. Erger eigenlijk. Het geeft me zo’n machteloos gevoel. Ik sta hier vandaag in de Johanneskerk in Laren en heb toch het idee, ook al ben ik dan niet gelovig, dat ik behalve tot u kan spreken, toch ook tot een gedachte, noem het een andere macht die zich in de loop van de eeuwen heeft uitgekristalliseerd en die we onder de noemer God hebben ondergebracht.

Wie of wat God is weten we niet precies. Maar die God heeft in ieder geval in onze harten wel een plaats. Hij kent het woord vrede wel. Hij laat zich niet koeioneren door de grote bekken van de wereld. Juist niet. Die God is op zoek naar of beter nog weet een andere weg. De weg van de verdraagzaamheid, van de liefde, van de aandacht voor elkaar, voor waarachtige betrokkenheid.

Want die gevoelens die in ons alleen aanwezig zijn, zijn toch, zou je mogen denken, vele malen sterker dan al die bronnen waaruit de haat opborrelt, waarin het verderf gedijt en waarin blinde na-ijver zijn gang kan gaan.

Lieve mensen, je hoeft echt niet in God geloof te geloven om gelovig te zijn. Om te geloven in het goede van de mens, in elkaar, in de natuur. Dat bewustzijn lijkt in de grote politiek nog maar nauwelijks te worden aangesproken. We drijven weg van wie we ten diepste willen zijn. Toch geen mensen die de zonen en dochters van een andere partij willen doden? Toch geen mensen die wat anderen hebben opgebouwd vernietigen? Toch geen mensen die de natuur niet respecteren?

Maar kijk om ons heen. Aanschouw het wereldtoneel. Het lijkt wel alsof iedere tegenstem niet wordt gehoord. Van de mensonterende vernietiging in Oekraïne kijken we al bijna niet meer op. Tegen de acties van de federale politiemacht in de Verenigde Staten ICE staan we machteloos. Ook de situatie in Gaza slaat ons met stomheid. En nu Iran weer.

Ik sta hier vandaag voor u zo met mijn eigen idealen. Noem het een wereldbeeld. En nu ik me in een soort van niemandsland bevind, weet dat mijn tijd op deze aarde schaarser is geworden, zou ik zo graag nu ik een slotakkoord componeer iedereen willen overtuigen van een andere keuze die we kunnen maken, een andere weg die we zouden kunnen kiezen, waardoor de wereld gaat lijken op die wereld waarvan we dromen.

Die wat mij betreft mag lijken op het paradijs. Dat laatste klinkt u vast bekend in de oren. Mag ik u voorgaan op die weg? Of eigenlijk is het meer een trap. Een trap van de schoonheid. Die trap is door mensen zelf gebouwd. Zo vaak zijn er woorden gesproken die ontroeren. Zo vaak zijn zinnen geschreven die de ogen even stil doen staan.

Vorig jaar, Benedict heeft er al aan gerefereerd, mocht ik van het Dagblad Trouw zo’n trap bouwen. Misschien heeft u hem ook wel gezien. Ik heb toen aan lezers gevraagd hun allermooiste zin op te sturen. Hun zin, woorden die troosten, die spreken van waarachtigheid en vooruit vooral van liefde en van hoop.

Er zijn op mijn vraag zo’n 1000 reacties gekomen. Ik vond het veel en ik vond het ook een hoopvol teken. Zie je wel, dacht ik, ik ben de enige niet. Misschien bent u net als ik toen even die trap opgegaan. Proeft u van wat er gezegd en geschreven is. Ik wil een paar mooie voorbeelden met u delen.

Met elkaar onderweg, stap voor stap. De hoop die mijn voeten geeft.

Ik vind dat indrukwekkend dat je het met elkaar moet doen. Dat de hoop dat het altijd beter kan je de moed geeft om door te gaan.

Ik heb er nog veel meer van de dichter Martinus Nijhof bijvoorbeeld. Het licht, Gods witte licht breekt zich in kleuren. Kleuren zijn daden van het licht dat breekt. Mooier kan het bijna niet gezegd worden. Wat God kan betekenen vertaalt zich in kleuren.

Ziet u wel, dit soort woorden, dit soort taal, die maken gelukkiger. Daar moeten we het van hebben. Dat is ook het enige waarmee we dat voor elkaar kunnen krijgen. De taal kan raken aan het geluk. dat we zo graag willen ervaren. Ik luisterde van de week naar een heel nieuw album van Frank Boeien dat nog uit moet komen. Daarop staat het lied met begeleiding van een grote auto “Paradijs van het grote niets”. Het vertelt over dood en verderf. Maar zingt Frank Boeien: “Nee, daar horen wij niet. Dan zijn wij in het grote niets. Dan zijn wij samen onder elkaar vertrouwd en zacht bewonen in elkaars hart.

Ik weet zeker dat u net als ik zult begrijpen wat Frank Boeien u wil vertellen. Hetzelfde dat ik ook nu woorden probeer te geven. Ik heb natuurlijk nog veel meer.

Bijvoorbeeld deze. Er wordt op je gewacht. Er wordt altijd op jou gewacht. De zin is van BLØF tekstdichter Peter Slager. Troostrijke woorden vind ik. Woorden als een arm om je heen.

U heeft zelf natuurlijk ook woorden en zinnen die u koestert. Ik zou zeggen poets ze op zodat ze weer gaan glimmen. Woorden waaraan u zich vast kunt houden. Die u gelukkig maken. Die u sterker maken, milder en ook liever. maar die vooral ook anderen kunnen ontroeren.

Ik geef nog een laatste voorbeeld dat voor mij een zin is die wat mij betreft aan de hemel raakt. Hij is geschreven door Louis Cuperus.

In den zoelen nacht van nazomer triltintelden over Emessa aan wijd effen hemel van wolkenlooze nachtkleur de duizende en duizende kristallen sterren, en tusschen de schitterendste vulde de hemelafgrond zich met fijner gepoeier van licht, terwijl daar omheen weêr kleinere dan die zongroote, maar grootere dan zoó poeierfijne geprikt waren in onbenaderbaren overdaad, als waren van starrenweelde de goden dronken geweest, als hadden zij allen, de goden, alle de starren uitgezaaid in zwijmelende lichtdronkenschap.

Nou, daar word ik al heel gelukkig van. Zwijmelende lichtdronkenschap. Als u vanavond thuis naar huis gaat en u zegt: “Hoe was het vanmiddag?” Nou, ik heb gezwijmeld en ik ben licht dronken geworden. Ja, dan is iedereen tevreden met uw antwoord. En als je die woorden hoort, lichtdronkenschap, dan zie je als het ware heel even een glimp van een paradijs. Het woord paradijs hoort natuurlijk in een gebouw waarvan ook God weet, maar dat is toeval of misschien niet. Maar bedenk wel dat ik een leek ben. Dat het voor, ik geloof het de tweede keer is dat ik ooit in een kerk spreek, dat u weliswaar geluisterd heeft naar een preek, maar dan was het toch wel een preek van een leek. Ik dank u wel.

Lied Frank Boeien: Het paradijs van het grote niets.

Deel dit bericht

  • Nog geen opmerkingen.
  • Voeg een reactie toe